Als ik iets goed heb gedaan, dan mag ik van mezelf een beetje verdwijnen
Eindelijk
Verdwijnen is altijd een beloning geweest
Me ergens zo in verliezen dat ik in elk geval even niet hoef te bestaan
Ik val tussen de regels
uit mensen hun hoofd
In mensen hun leven
En in de wervelende kleuren van schermen

Ik doe wedstrijdjes met mezelf, hoe lang ik vol kan houden om vrijwel niet te bestaan.
hoe kort ik iets ‘goeds’ kan doen, en hoe lang ik dan kan verdwijnen, zonder dat het al te veel opvalt.
Soms merk ik dat ik eigenlijk iemand wil zijn, in plaats van
alleen verdwijnen
Misschien voelt dit als de eerste stap, als ik maar genoeg verdwijn
Komt er misschien wel iemand anders voor in de plaats.

Wellicht als ik maar lang genoeg bedenk, hoe perfect ik zou kunnen zijn, dat er vanzelf een ideale iteratie uitkomt.
Zijn mijn hersenen nog sneller dan computers?
Hoeveel tijd zou het kosten om uit alle mogelijkheden van alle kansen die ik heb en alle mensen die ik zou kunnen zijn, en alle dingen die ik zou kunnen doen, de ideale combinatie te maken.
Een soort super-esther.

Hoe dichter ik bij haar kom, hoe verder ik weg duik, omdat iets in mij weet dat je nooit zo perfect zal zijn.

De meeste dingen die in mijn blikveld komen, en die voldoen aan of fijn zijn of handig zijn of gewaárdeerd worden
zetten mijn hoofd aan tot extrapolatie naar een heel leven.
Wat ik allemaal wel niet geweest ben; natuurkundige, tekenaar, lerares, bedelaar, heilige, ambtenaar, politicus en kunstenaar, buitenlander, indiaan, acteur en veteraan.
Nog een leven wat je leiden kan.
Het liefste zou ik ze allemaal doen, daarom doe ik er zo min mogelijk.
Zodat ze er allemaal nog bij kunnen passen, in de hoop dat niet kiezen een keuze voor alles is.

Bij elke jongen die ik ontmoet, zoals bij de dood, vliegt het leven wat wij samen zouden kunnen hebben voor mijn ogen. Als ik hem leuk vind meerdere en ik vraag me af wie deze levens voor mij leeft. Misschien ben ik degene die alle levens bedenkt die geleeft kunnen worden door andere Esthers.

De verzamelbak van mogelijkheden.
Trek maar een kaartje uit mij, ik heb genoeg levens voor iedereen, misschien als genoeg mensen ze van me leven dat ik uiteindelijk mijn eigen vind. Zoals een beeldhouwer zijn beeld uit het steen hakt door alle onmogelijkheden weg te halen, zo wacht ik tot alles wegvalt en langzaam overblijft wie ik dan ben.

Het beste voor mezelf willen is een liefdevolle gevangenis, waar alle mogelijkheden steeds langskomen en ik wacht tot ik weet wat de beste is. En als ik dan probeer te beginnen zit wacht de jury, als een reuzachtige draak, geduldig af tot ze het eerste foutje zien en het geheel afbranden.

Als je iets doet doe het dan goed, door perfectionisme hang ik tussen mijn eigen regels.
Zodat ik en muzikant, en schrijver en wetenschapper en guru en psycholoog kan zijn.
Ik denk aan Leonardo Da Vinci, die een boel dingen tegelijk was, en een stem die me waarschuwt dat ik daar toch niet het juiste doorzettingsvermogen voor heb of niet de juiste aandachtsspanne of dan ten minste niet de juiste opleiding of op z’n minst al te laat ben begonnen.
Dus verzamel ik bewijs van mensen die later zijn begonnen of mensen die ergens zijn gekomen ook zonder echt te weten wat ze aan het doen waren. Of mensen die zonder opleiding toch succes hebben gehaald.
Deze stop ik allemaal in mijn zak, als een wetenschapper die bewijs verzameld en zegt. Het lijkt erop dat dit zeker een mogelijkheid is, maar we zullen vervolgonderzoek moeten doen met een grotere doelgroep en een controle en een gecontroleerde setting, anders weten we eigenlijk nog niets.
Vandaar dat ik hoopvol bewijs verzamel om nog meer bewijs te verzamelen en me afvraag, wanneer ik genoeg bewijs heb om eindelijk met mijn leven te beginnen.

En of er ergens in dit hoofd wel een antwoord te vinden is..

Ergens fluister ik, naar mezelf, onder al deze verhalen, altijd wie ik ben. Dat wat geen beroep heeft. Dat wat geen vraag of antwoord heeft. En dat waarvan ik nooit weg kan.
Dat wat mijn hoofd nooit geheel zal snappen, noch vinden, omdat het voorbij taal gaat. Vooraf aan taal gaat.
Bovendien is denken over; nooit doen,
hoe meer ik denk, hoe minder ik doe.

Godzijdank, is het enige wat ik hoef te doen, opgeven en alles laten vallen.
Mindlessness
Wat overblijft, ben ik zelf.
Ik adem alle verhalen en dromen langzaam van mijn schouders.
Alles wat overblijft
Licht en ruimtelijk

En ook vergeet ik mezelf vaak genoeg weer in verhalen van wie ik zou kunnen of moeten zijn.
Godzijdank ben ik daaronder
Altijd mij.

.esther